Geschiedenis

1913 - 2004

91 JAAR

LOGE ''HUMANITEIT"

IN

MEPPEL

Inhoud

1. Historie
2. Maçonnieke kring
3. Consecratie
4. Verloop tot 1940
5. Oorlogsjaren
6. Na de oorlog

Reeds menigeen is om 't geluk te zoeken
Den berg beklommen, waar hij 't vinden zal.
En als hij ademloos den top bereikte,
Zag hij 't beneden in het dal.

Het waren deze woorden van de dichter Vondel, die de Redenaar gebruikte in zijn bouwstuk ter gelegenheid van die gedenkwaardige dag in 1913, waarop de Loge "Humaniteit" officieel werd geïnstalleerd. Als Loge met Beperkte Werking in Meppel.

Dat is 98 jaar geleden; rustige, maar soms ook uiterst rumoerige jaren. Twee wereldoorlogen 1914 -1918 en 1940-1945 hebben ten zeerste hun stempel op de geschiedenis van "Humaniteit" gedrukt. Veel is verloren gegaan, andere zaken zijn toch nog gereconstrueerd kunnen worden.

De verbindingen in 1913 waren nog vrij moeilijk. Auto's waren er nog niet of nauwelijks.

Autobussen zijn pas laat op bepaalde trajecten rond Meppel tot het verkeer doorgedrongen.

Rijtuigen met paardentractie reden af en aan bij hotel Voorthuis aan de Grote Markt voor het vervoer van en naar omliggende plaatsen.

Treinverkeer was mogelijk sedert oktober 1867 met Zwolle en vanaf 1870 met Leeuwarden en Groningen. Maar ook in 1913 was de treinfrequentie nog niet hoog. De winter dienstregeling van de NS (oktober 1913) geeft aan, dat er tussen Meppel en Zwolle 9 treinen per dag reden, waarbij de laatste trein om 21.00 uur uit Zwolle vertrok.

Onderweg werden dan ook nog Berkum, Dedemsvaart en Staphorst aangedaan.

Toch was men op dit openbaar vervoer aangewezen, teneinde actief te kunnen zijn in Logeverband. Immers - in tegenstelling tot nu, in 1988 - had de Loge "Humaniteit" niet de beschikking over lokaliteiten, waarin de werkzaamheden binnen de Loge volledig konden worden beoefend. Voor rituele werkzaamheden was men aangewezen op Zwolle.

Vóór 1913 was er zelfs nog geen Loge in Meppel. Diegene in en rond Meppel, die lid was van de Orde, was dus lid van "Fides Mutua" in Zwolle.

In 1894 en wel op 24 december van dat jaar werd het voor B. Huizing en J.C.F. Kroon, eertijds voorzittend meester van de Loge "West-Friesland" in Hoorn, te bezwaarlijk voor alle maçonnieke bijeenkomsten naar Zwolle te moeten reizen en daar te overnachten. Zij deden een verzoek aan het Hoofdbestuur om toestemming voor het oprichten van een maçonnieke kring te Meppel. Een maçonnieke kring, ten doel hebbend een band te vormen tussen de in Meppel in de verstrooiing levende broeders. Aanvankelijk beantwoordde deze kring wel aan het doel. Er werd regelmatig maandelijks vergaderd, beurtelings leverde een der leden een bouwstuk op en de bijeenkomsten kenmerkten zich door een opgewekte maçonnieke geest.

Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden.
Stichtingsjaar: 1756

Waarom in Meppel?
De meeste leden van de maçonnieke kring waren inwoners van Meppel en dus was het voor de hand liggend, dat daar de zetel - en later het Oosten - zou zijn. De kring functioneerde aanvankelijk goed. Langzamerhand echter kwam er een verandering. Door vertrek naar elders en ook door overlijden verminderde het ledental zo sterk dat er zelfs een ogenblik is geweest, dat men het voor beter hield de club maar te ontbinden.

Gelukkig is het zover niet gekomen. De weinige, overgebleven broeders sloten de gelederen en wachtten betere tijden af. Het ledental steeg weer en kwam op 12. En met deze opleving werd ook langzaam het besef levendig, dat. de club op den duur de behoefte van de broeders niet meer kon bevredigen. Temeer niet, omdat weinig Logebezoek plaats vond. Het bezoek immers aan Zwolle ging . steeds gepaard met veel tijdverlies, nachtlogies en reiskosten, wat voor de meeste broeders bezwaarlijk was.
Vandaar de brief, die aan het Hoofdbestuur werd gestuurd, gedateerd op 26 januari 1913. Daarin werd door E. Beijer, S. Tulp,
G.H. Hillebrand, D.J. Wolff, A.F. Meijer, J. Hendrikse, M.J. Wolff en
J.L. Frank om een constitutiebrief verzocht. Het Hoofdbestuur is destijds kennelijk van oordeel geweest, dat het voor deze broeders van belang zou zijn en heeft in haar beschrijvingsbrief aan het Grootoosten onder punt IV van de agenda voorgesteld aan het verzoek van de Meppeler broeders te voldoen en constitutie te verlenen voor een Loge met beperkte werking onder de naam "Humaniteit" en wel met de onderscheidingskleuren "zilver en groen".

Op en door het Grootoosten van 15 juni 1913 werd het verzoek zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming ingewilligd. De beide oprichters van de maçonnieke club hebben de consecratie van een eigen Loge niet mee mogen maken. Beiden zijn vóór 1913 overleden.

2. Maçonnieke kring
Mede ten gevolge van de toestanden in 1940 is van de maçonnieke kring en ook van de Loge niet veel bewaard gebleven. Slechts uit berichten in het vrijmetselaarsweekblad "1 'Union Fraternelle", de beschrijvingsbrief Grootoosten 1913 (opgenomen in het Bulletin 37° deel) en de lijst van Loges 1962, nr. 105 is ons van het begin en het einde iets bekend. Bij naspeuringen in de Ordebibliotheek kwam door een toevallige omstandigheid nog een brief te voorschijn, die de toenmalige voorzitter Kroon d.d. 12 februari 1899 zond aan de Loge "St. Lodewijk" in Nijmegen. Daarbij was ondermeer een complete ledenlijst van de kring, die zich toen blijkens het opschrift "Humanitas" noemde. In totaal waren in dat jaar 13 personen lid van de kring, t.w. 6 meesters, 1 gezellen 6 leerlingen,zie pag.6 en 7. Uiteraard is er in het 19-jarige bestaan van de kring nogal wat verloop in het ledental geweest. Slechts drie leden, t.w. Wolff, Beijer en Frank hebben zowel het begin als het einde van de kring meegemaakt. In het bouwstuk van de redenaar bij de inwijding van de Loge wordt verslaggegeven uit de kring - notulen in de jaren 1894 tot 1902.

Een grote verscheidenheid aan onderwerpen kwam in behandeling tijdens de vrij geregelde vergaderingen. Steeds door eigen krachten, want zelden was men in de gelegenheid een spreker van elders te laten komen.

Zo worden ondermeer gemeld onderwerpen als:
Algemeen kiesrecht en Vrijmetselarij, kinderopvoeding op de lagere school, Onderwijs en Kerk, Fröbelonderwijs. Een teken dat de ontwikkelingsgang van de maatschappij nauwgezet en kritisch gevolgd werd. Al moge de kring omtrent het vraagstuk bij de uitbreiding van het kiesrecht enigermate conservatief zijn geweest, wat onderwijszaken betreft was zij dat niet. De conclusies, die daaruit werden getrokken, ademden steeds een vrijzinnige geest.

3. Consecratie
De maçonnieke kring bestond bij het einde uit 8 meesters, 1 gezel en 2 leerlingen. Voorzitter was Tulp, secretaris Frank en thesaurier Hillebrand. Zo en onder hun leiding vergaderde de club op zondag 19 oktober 1913 voor de laatste maal. De ceremoniemeester Wolff Sr. begeleidde de leden en oud-leden van de kring en de leden van 'Fides Mutua" tempelwaarts. Een tijdperk van onopgemerktheid binnen de Orde en van geringe verantwoordelijkheid werd afgesloten. Weemoedig omdat een club werd opgeheven en omdat een aantal leden de oprichting van de nieuwe Loge niet meer kon meemaken.
Maar toen de Grootofficieren en de overige visiterende broeders ook waren binnengeleid, sloeg deze weemoedige stemming om in een vreugdevolle.

De grote zaal van de heer Ogterop was in een Tempel herschapen; met planten waren de gedeelten, waarboven zich de balkons bevinden, geheel gemaskeerd en door het aanbrengen van prachtige palmen hier en daar en bovenal achter het podium, dat als troon dienst deed, verkreeg het geheel een feestelijk aanzien.

In totaal 76 broeders hadden de presentielijst getekend. Van het Hoofdbestuur waren de Grootmeester Van Gijn en de Grootofficieren Helder en Nanninga Uitterdijk aanwezig. Voorts vertegenwoordigers van de Loges "De Friesche Trouw" uit Leeuwarden, "Anna Paulowna" uit Zaandam, "Jacob van Camp en" uit Amersfoort, "Ultrajectina" uit Utrecht, "Fides Mutua" uit Zwolle, "1 'Union Provinciale" uit Groningen, "Fraternité" uit Almelo, "Moed en Volharding" uit Assen, "Concordia RP.C." uit Sneek, "De Geldersche Broederschap" uit Arnhem, "Acacia" uit Rotterdam, "la Flamboyante" uit Dordrecht en de "Zeven Verenigde Amsterdamse Loges".

Voor ons is het bijzonder fijn, dat de maçonnieke pers het hele gebeuren in een volledig verslag heeft vastgelegd in de uitgave van l'Union Fraternelle, 23e jaargang d.d. 25 oktober 1913. Zo kunnen we reconstrueren wat er toen, op die middag en avond is gebeurd en gezegd. Het bouwstuk van Hendrikse, de redenaar van de Loge is o.a. volledig weergegeven. Verder werd het geheel omlijst door zang van een dubbelkwartet uit Zwolle, onder de leiding van Bokelmann. Tweemaal werd een drietal passende liederen ten gehore gebracht. Dat dit de plechtigheid van deze dag zeer veel verhoogde, laat zich denken.

De bijzondere band met "Fides Mutua" kwam wellicht het beste tot uitdrukking in de benoeming tot Meester van Eer van Koch, de toenmalige voorzittend meester van "Fides Mutua", die op zijn beurt zeer verrast was door dit buitengewone bewijs van dank en sympathie, vooral om de banden tussen de beide werkplaatsen onverbrekelijk te maken.

Die band met "Fides Mutua" komt ook naar voren uit het zegel en vignet van de Loge "Humaniteit". Dit is heel duidelijk ontleend aan het zegel van "Fides Mutua",

Zo gingen zes jaren voorbij. Na het Grootoosten 1919 ging "Humaniteit" verder op de ingeslagen weg als Loge met volledig werking met de bevoegdheid tot het houden van recepties

Zegel van de Loge "Fides Mutua"
nr. 33, te Zwolle
Stichtingsjaar: 1802

Zegel van de Loge “Humaniteit”
nr. 105, te Meppel
Stichtingsjaar 1913

4. Verloop tot 1940
Het is al eerder vermeld en veel Loges in Nederland hebben met hetzelfde probleem te kampen. De archieven, aantekeningen, notulen, ledenlijsten etc. zijn in 1940 voor het grootste gedeelte verloren gegaan. Hier en daar zijn enkele fragmenten terug gevonden. Samen met gesprekken die gevoerd konden worden met de enkelen, die de vooroorlogse tijd zelf hebben meegemaakt, is nog iets van de sfeer van toen te reproduceren.

Zo had "Humaniteit" in 1920 een ledenlijst met 27 namen. Dat getuigt van een bloeiend Logeleven. In die jaren werden resp. Tulp in 1920 en een jaar later in 1921 De Sitter benoemd tot Meester van Eer. Nu nog begrijpelijk, omdat bijvoorbeeld een deel van de huidige bibliotheek bestaat uit boeken, die gezien het vignet van Tulp afkomstig zijn, terwijl in Den Haag de naam van De Sitter nog steeds met een zeker ontzag wordt uitgesproken

Niet alleen voor "Humaniteit",maar veel meer voor de hele Orde, is De Sitter van groot belang geweest.
Voor de Steenwijker broeders was er kennelijk aanleiding om op 21 februari 1920 een maçonnieke kring "De Broederketen" op te richten. Tot 1940 heeft deze kring onder leiding van Thesingh gewerkt. Na 1945 is er in de archieven van de Orde geen bestuur meer terug te vinden en na 1950 wordt de kring zelfs niet meer genoemd. Wellicht omdat de Loge in die periode zelf niet veelleden telde.
Rond de jaren 1928 heeft "Humaniteit" over "eigen" lokaliteiten de beschikking gehad.
Op de eerste verdieping van het tegenwoordige hotel "Gruppen" (voorheen "Bloksma") aan de Parallelweg, tegenover het NS-station, zijn bij een verbouwing enige ruimtes voor "Humaniteit" ingericht. Een volledige ingerichte tempel en een mooie voorhof waren in ieder geval aanwezig. Waarschijnlijk omdat de toenmalige voorzitter Stheeman aan de eigenaar van het hotel financiële steun verleende onder voorwaarde, dat de Loge over enige faciliteiten kon beschikken.
Uit een verslag van de jaarvergadering van de "Maç. Vereniging tot bestudering van symbolen en ritualen" blijkt onder meer, dat op 19 en 20 mei 1928 deze vergadering werd gehouden in de lokaliteiten van de A. '. L.'. Humaniteit. Op zaterdagavond was er, ook voor niet-leden, onder leiding van de voorzittend meester van de Loge, Stheeman, een bouwstuk"Enige gedachten over Tempelbouw".
De vergadering werd in Meppel gehouden op verzoek van De Sitter. Behalve aan diepgaande gedachtewisselingen, werd ook aandacht besteed aan meer profane zaken. Zo werd 's zondags - na afloop van de vergadering - een rijtoer gemaakt door de omgeving, waarbij Giethoorn, Steenwijk, Frederiksoord en Havelte werden bezocht in auto's, door leden van "Humaniteit"beschikbaar gesteld.
De bibliotheek bestond uit 508 boeken, die door de verschillende leden persoonlijk waren aangeschaft en die na onderlinge circulatie aan de Loge werden aangeboden,ter opname in de bibliotheek.
In 1938 moet op min of meer officiële wijze het 25-jarig jubileum zijn herdacht. Daarvan is helaas geen verslag gevonden. Slechts een bronzen legpenning, gezet in een marmeren voetstuk, vermeldende de data 15-6-1913en 15-6-1938getuigt ervan, dat dit feest niet ongemerkt voorbij is gegaan.

Ontwerp jubileum draagpenning

5. Oorlogsjaren

Toen kwam de oorlog.

De Duitse bezetter was -zacht uitgedrukt - niet erg gesteld op de Orde. Op 6 september 1940 kwam van de Grootmeester van Tongeren het droeve bericht, dat de Duitse overheid was overgegaan tot ontbinding van alle maç. organisaties en instellingen in bezet Nederland.
Alle, ook in privé bezit zijnde ritualen, in sommige plaatsen ook schootsvellen,moesten worden ingeleverd.
Wat gelukkig gevrijwaard bleef van elke inbeslagname was: "het schijnsel der Lichten van W.'., K.'. en S.’., dat wij hebben opgenomen in onze harten". Tot zover de woorden van onze Grootmeester, die zelf de oorlog niet mocht overleven. Op 11 oktober 1940 gevangen genomen en in het Huis van Bewaring opgesloten, tekende hij voor Kerstmis 1940 een kaart waar o.m. de volgende spreuk op voorkwam:

Geluk moet zijn een vreugde van de geest
En daarom voortkomen uit een voortdurend streven naar het goede".

Op transport gesteld naar een concentratiekamp in Duitsland overleed hij daar eind maart 1941.
De eigenaar van ons hotel bleek sympathiserend met de bezetters te zijn. In ieder geval heeft hij de kans schoon gezien om de bij "Humaniteit" in gebruik zijnde ruimtes aan zijn hotel toe te voegen.
Hoe dan ook, Stheeman verzocht aan de jongste broeder Galjaard die ook in zijn bedrijf werkzaam was, de inventaris op te halen. Een groot deel van de eigendommen was op dat moment al gestolen. Samen met enkele personeelsleden van Brocades zijn de artikelen op een handkar geladen en overgebracht naar de zolder van een leegstaande bedrijfswoning in de Emmastraat. Alwaar sedertdien de zaken spoorloos zijn verdwenen.
Hoewel de Logeactiviteiten verboden waren, zijn uiteraard in het diepste geheim op verschillende plaatsen bij de leden thuis toch bijeenkomsten geweest. Daarvan resteren slechts enkele mondelinge verslagen.
Zo vonden zij onder meer plaats in het huis van Tulp.
Na 1945 bleek pas hoe groot de schade was, die de Orde en met name ook "Humaniteit" in de oorlog geleden hebben.
Enige leden hebben in mei 1940, misschien uit angst, voor het lidmaatschap bedankt
Natuurlijk het verlies van lokaliteiten en van de inventaris was te betreuren. Maar het verlies van de leden was uiteraard veel erger. Tenminste 4 leden zouden de kolommen niet meer versterken, omdat zij de oorlog niet mochten overleven.
Zo is Jonkman, die zeer actief was in het verzet, handen gevallen van de Duitsers, op transport gesteld 1945 in het concentratiekamp Buchenwald overleden.
D.Wolff Lzn. is met zijn gehele familie in een concentratiekamp in Polen overleden.
Mede ter nagedachtenis aan hen is in het Wihelminapark op 8 april 1949 een oorlogsmonument, naar ontwerp van Titus Leeser, opgericht. Bij de onthulling zijn namens de Loge 3 witte rozen neergelegd.
Andere leden, zoals Stheeman en Hendrikse overleden eveneens tijdens de oorlog.
De houding, gedurende de oorlogsjaren, van enkele andere leden is van dien aard geweest, dat op hun aanwezigheid in de Loge door de "goede" vaderlanders niet langer prijs werd gesteld.
Het gevolg van een en ander was, dat van de 28 leden, die Humaniteit telde in het begin van 1940 er op 8 juni 1946, toen de Loge weer begon te werken in zaal Donker, nog 9 leden over waren, waarvan er 4 niet of bijna niet konden komen. Voorwaar een moeilijk begin.

· IN MEMORIAM

Wij willen nooit vergeten
Hen, die gestorven zijn
Die eerlijk van geweten
In folterende pijn
Het hoogste offer brachten
Dat men te geven heeft
De ziel, de teerste krachten
De bron van al wat leeft....

Wij willen altijd werken
In hun verheven geest
Een volk steunt op de sterken
Ook - op wie zijn geweest....
In onze oprechte rouwe
Die diep 't gemoed beroert
Gaan wij een wereld bouwen
Die naar de vrede voert.

Uit "Wij herdenken"
J.Boer

Op 26 oktober 1940 werd door de "liquidateur van de vermogens der ontbonden Vrijmetselaarsloges en neven- en onderorganisaties in de provincie Drenthe", mr. H.J. Meyeringh te Assen, een brief gezonden aan de afdeling Spaarbank van de Rotterdamse Bankvereniging te Meppel met het verzoek het saldo van f 543,81 op het boekje t.n.v. de Johannesloge "Humaniteit" over te boeken op rekening van genoemde Meyeringh.
Door de liquidateur werdende bezittingen in februari 1941 geschat op f 1.093,83 Zie de hierbij afgedrukte specificatie. Door het Nederlandse beheersinstituut werd na de oorlog 71,8 % van het geliquideerde bezit gerestitueerd, nl. f 380, in 1949 en
f 406,03 in 1960.
Volgens een taxatie, opgesteld in 1945, zou er echter een totaal bezit aan inventaris, bibliotheek (508 boeken) en geldmiddelen zijn geweest van f 11.539,03. De materiële oorlogsschade heeft dus f 10.753,-. bedragen. .
Na de oorlog bleek, dat uit de inventaris zijn overgebleven een reglement en een catalogus van de bibliotheek. Beide zijn inmiddels, wellicht door het vaststellen van nieuwe exemplaren, niet meer in de archieven terug te vinden.
Ook de in 1913 verleende constitutiebrief is verloren gegaan. Op 19.06.1966 is deze "vervangen" door een verklaring, die werd ondertekend door de Grootmeester Jan Kok en de Grootsecretaris Van Loo. Een nieuwe, vervangende constitutiebrief is verleend in juni 1986 door het Hoofdbestuur.

In 1945 waren er nog negen leden. Voor de eerste maal werd op 8 juni 1946 werd gearbeid met zeven leden. In de nu volgende periode werd gewerkt op 22 verschillende plaatsen in Meppel, o.a. in 12 cafézalen, bij de bevriende Odd Fellows in hun ruimte naast de R.H.B.S en vooral bij Wolff en Tulp thuis. Het ledenaantal werd geleidelijk iets opgevoerd tot er in 1949 zelfs al 14 leden waren. Het licht was nog erg zwak.
Toch, hoe gering ook het ledental, ook toen (t.w. bijv. 24-11-1949) werd er al gedacht aan een eigen gebouw. Van hout zou dat kunnen, maar dat moest f 7.000.- kosten, hetgeen toch teveel bleek te zijn. En omdat er geen eigen gebouw c.q. ruimte was, moest ook een aanbod worden afgeslagen. Van een familielid uit Utrecht kwam op 12 april 1949 het bericht, dat de weduwe van de in 1935 overleden broeder Frank, oud-voorzittend meester van onze Loge, in de oorlog in Duitsland was omgekomen. Het was haar wens, dat het geschilderde portret van haar overleden man in onze Loge een waardige plaats zou verkrijgen. Aan dat verzoek kon "Humaniteit" op dat ogenblik niet voldoen, ten gevolge waarvan door bemiddeling van de voorzittend meester van de Loge "De Ware Broedertrouw" in Gouda een tussenoplossing is gevonden. Het schilderij is naar Gouda gegaan om het in bruikleen te bewaren, totdat "Humaniteit" er zelf over kan beschikken.

J.L. Frank (1866-1934) Secretaris Maçonnieke kring
Secretaris Loge 1913-1920
Voorzittend meester 1921-1923
Voorzittend meester 1930-1933

In 1950 sloot de Loge zich aan bij de Logebond "Fraternitas" in Deventer, in plaats van bij de bond in Groningen.

Een scheiding tussen de kas van de thessaurier en het zgn. liefdefonds werd in september 1951 gemaakt.
Roodkoperen kleine lichten werden op 30 maart 1951 aangeboden door Tulp. De bibliotheek bestond in 1952 uit ongeveer 300 boeken. Een begin van zelfstandigheid.
Er werd gewerkt, zij het zwak. Echter het licht zou nog zwakker worden. Een diepe duisternis dreigde. Het dieptepunt kwam in 1955, toen "Humaniteit" de kleinste Loge van Nederland was en de leden slechts sporadisch, zo'n 3 of 4 keer per jaar bijeenkwamen. Men zou kunnen spreken van verstrooiing. Zelfs de contributie werd verlaagd naar f 20.-. Moeilijke en donkere tijden voor de Loge met nog slechts 6 leden.
Toen kwam december 1956. Het hoofdbestuur, dat geen antwoord meer kreeg op uitgezonden brieven, vond de tijd rijp om haar afgevaardigde Voetelink te sturen, die vergezeld van een aantal Zwolse broeders naar Meppel, naar "Bloksma" kwam.
De situatie moest en zou veranderen. Van andere (vooral Zwolse) Loges werd hulp gekregen door de visiterende broeders, die overigens ook met bouwstukken kwamen en zo kon "Humaniteit", vroeger één van de grootste en bloeiendste Loges van Nederland weer uit het dal omhoog komen. Op dezelfde plaats, waar in 1940 het noodlot toesloeg en alle ellende begon, op die plaats begon eind 1956 de victorie.
Wat overigens uit deze minder prettige jaren is overgebleven is een bouwstuk, opgeleverd in 1952 door Galjaard, waarin de geschiedenis van het ontstaan van "Humaniteit" is vastgelegd. En waarvan een en ander in dit boekje is opgenomen. Het is lange tijd het enige geschiedkundige stukje geweest, dat ons aan onze installatie herinnerde.

In 1953 bestond "Humaniteit" 40 jaar. Gezien de omstandigheden heeft niemand daaraan gedacht, dan wel is het niet noodzakelijk gevonden er enige aandacht aan te besteden. Hoe dan ook, uit niets blijkt in notulen of geschriften dat er van enige herdenking van dit feit sprake is geweest.

Dat was heel anders 10 jaar later. Met een open loge in Zwolle en daarna een banket, waarbij ook de dames aanwezig waren, werd in 1963 het 50-jarig jubileum herdacht.

Op zaterdag 14 september 1963 werd om 3 uur in het Zwolse logegebouw Fides Mutua" dit voor onze Loge belangrijke feit herdacht. Voor de dames was een boottocht georganiseerd. Met het jacht "Nooitgedacht" werd koers gezet naar de Stadsherberg in Kampen, waar het feest gezamenlijk werd voortgezet en waar een groot aantal geschenken aan ons werd overhandigd.

Het 60-jarig bestaan werd in eigen kring gevierd. Met een uitgebreid banket, samen met de dames. In het motel "Waanders" in Staphorst was in de kelder een bijzonder gezellig samenzijn.

Bij de gelegenheid van het 60-jarig jubileum bood Groenendaal het ontwerp aan van de draagmedaille, zoals deze nu nog wordt gebruikt bij het bezoeken van andere Loges.

Ontwerp en draagmedaille van de Loge Humaniteit
van G. Groenendaal,
d.d. 15oktober 1973.A

Betekenis:

"Broederketen, die de aardbol moet omspannen. De onvolmaakte aardbol zal worden overstraald door het licht tussen Passer en Winkelhaak en worden beschermd door de getande rand.

Devies: "In Limina Tuo" (In of door Uwe Lichten, of meer maçonniek: Door Uw Lichten overstraald)"

Aan eigen werkruimtes was en bleef gebrek. En daarom moest voor Open Loges regelmatig een beroep worden gedaan op omliggende bevriende Loges. Zo werd min of meer regelmatig gebruik gemaakt van de gebouwen van de Loges in Zwolle, Kampen, Heerenveen en Emmen.

Gezamenlijke avonden met de dames werden gehouden in de Logegebouwen in Zwolle, Kampen en Heerenveen, dan wel in restaurantzalen in Meppel, Staphorst,de Wijk, Havelte en Frederiksoord.

Aankoop, dan wel huur van een eigen gebouw, of van eigen ruimtes bleef de steeds terugkerende aandacht vragen. Besprekingen met de Odd Fellows, met kerkelijke instanties, aanbiedingen van om te bouwen woningen, ed. bereikten toch niet het gewenste resultaat. Totdat de gemeente Meppel het oude "Ogterop" ging vernieuwen en er een uiterst moderne en tegelijk toch romantische schouwburg van maakte. Overleg met de directeur had al spoedig tot resultaat, dat vanaf 1976 "Humaniteit" over "eigen" ruimtes beschikte, compleet met berging. Van toen af konden alle werkzaamheden onder eigen dak plaats vinden, terwijl er voor het ontvangen van bezoekers volop mogelijkheden aanwezig waren.

Op 1 mei 1976 had de officiële ingebruiknemingplaats in aanwezigheid en onder leiding van de Grootmeester en 5 andere hoofdbestuursleden en voorts 30 bezoekenden en 17 eigen leden. Een uiterst geslaagde dag, vastgelegd in een magnifiek fotoalbum van Hoeben en een compleet verslagin het AM.T. Nr. 18van 1juni 1976.
Uit Almelo kwam het voorlopige meubilair, van de dames het handgeknoopte tableau, van Boesekool (ook uit Almelo) de 10 handgesmede zwaarden en van onze eigen Noorman de kubieke steen, de 3 kleine Lichten en een hele serie (72) kleine kandelaars om ter herinnering mee te geven aan de aanwezigen.
De zwarte bonen van Hamer (uit "De Drieslag" in Groningen) zijn Inmiddels biologisch-dynamisch vermeerderd in de tuin van Naber.
Aansluiting met de regio was er oorspronkelijk met Deventer. Vanaf 13 Maart 1961 schaarde "Humaniteit" zich in de Noordelijke regionen door de aansluiting bij de Geaffilieerde Noorder loges. Door de komst van het regionaal meesterconvent werd deze benaming in september 1976gewijzigdin Regio Noord.
Ten gevolge van wettelijke voorschriften werd door notaris Broekema in Meppel, op 29 september 1978 een notariële akte opgemaakt, die bij de Kamer van Koophandel in Meppel werd geregistreerd onder nummer V 045367, zodat "Humaniteit" toen een echte vereniging was. Overigens was op de statuten de koninklijke goedkeuring al eerder verleend, ondertekend door koningin Juliana, met als aardige bijkomstigheid dat deze werd mede ondertekend door onze broeder Zeevalking, de toenmalige staatssecretaris van Justitie.
Trouwens andere activiteiten van leden, ook uit eigen parochie, waren bijvoorbeeld de juwelen van de officianten, die in 1959 door Lute Kornelisen Duiven werden gemaakt.
De bibliotheek werd in 1972 door Steenhuis gecatalogiseerd. Later is een nieuwe opzet gemaakt door Noorman.
De in open loges gebruikte schootsvellen kregen in 1978 hun eigen kleuren,groen en zilver.
Nieuwe cordons werden in 1979 aangeschaft, waarmee de oude, in 1948 tweede hands uit Amerika afkomstig naar het archief konden worden verwezen.
En "Humaniteit" breidde zich uit. Veel aanmeldingen en ook overschrijvingen resulteerden in een ledental van 44 op 15 juni 1988. Er werd intensief en met veel vreugde gewerkt. De contacten met andere Loges, soms gepaard gaande met totale uitwisselingen over en weer, waren hier en daar intensief, andere van slechts bescheiden omvang.
Met de loges in' onze directe omgeving zijn oude vaak intensieve contacten op maçonniek gebied. Maar soms ook daarbuiten. Zo werd in Kampen op 29 april 1964 door de profane professor Delfgaauw een lezing gehouden over Teilhard de Chardin, waarop samen met de Kamper broeders een levendige discussie volgde.

Loge "Moed en Volharding"
Assen
Rangnummer 61
Stichtingsjaar 1878

Loge "In Vrijheid
Gebonden" Zwolle
Rangnummer 256
Stichtingsjaar 1970

Loge "De Arbeidsvloer"
Zwolle
Rangnummer 269
Stichtingsjaar 1979

Met de andere "dochters" van Fides Mutua, in volgorde van leeftijd "In Vrijheid Gebonden" uit Zwolle en de "Arbeidsvloer" uit Zwolle, was en is de verstandhouding uitstekend.
Met buitenlandse Loges waren er contacten met de "Lodge of Faith" uit Bradford, Engeland. Over en weer vonden in 1968 en 1969 uitwisselingen plaats, waarbij wederzijds elkaars Logeleven beleefd kon worden.
Persoonlijk zijn over en weer vriendschappen ontstaan. Ook met de Loges "Zum goldene Rade", Osnabrück en "Georg zu wahren Brudertreue" uit Leer, beide in West-Duitsland, was verschillende malen contact.
Welnu dan, wanneer de leden der Loge Humaniteit hun kleuren getrouw blijven en kracht mogen bezitten om zich los te wikkelen van de windsels, die ons zo dikwijls omkneld houden, dan zal deze werkplaats een parel kunnen zijn aan de Kroon der Vrijmetselarij in Nederland."

In 1979 heeft "Humaniteit" de morele verplichting op zich genomen Terre des Hommes te steunen door middel van een maandelijkse bijdrage, aangevangen ter gelegenheid van het "Jaar van het kind".
Veelvuldig waren de contacten, officiële en officieuze, met de op 15 november 1961 opgerichte
V.v.V.v.V. - kring, Meppel.
Het voorafgaande is een samenvatting van datgene, wat in verricht. De uitgebreide verslagen, brieven en notulen zijn te de secretaris,dan wel in de verzamelingsbundel in de bibliotheek.
Wat voor "Humaniteit" hopelijk blijft, is een gedeelte uit een lied uit 1806, zoals dat bij de installatie van de Loge in 1913 door het dubbelkwartet gezongen kan zijn:

Reik ons, Broeder, uwe Hand,
In deez' tempel zijt gij veilig;
Deze stonde zij u heilig:
Welkom in den broederband!
Eer den Bouwheer van "t heelal,
Blijf getrouw in vreugde en smarte,
Toon een moedig edel harte,
In al wát u treffen zal.

Het slot van het bouwstuk van de Redenaar tijdens de inwijding in1913 zou ook in 1988 gehouden kunnen worden: "De naam van onze Loge houdt reeds een belofte in, want "Humaniteit" is naastenliefde. En wijst het groen onzer kleuren niet op het aanbreken van een nieuw en fris leven? Op het begin van een nieuw tijdperk? Is zij niet de kleur der hope? En zegt het zilver ons niet, dat onze daden moeten zijn rein en vlekkeloos? Gelijk dit edel metaal?
Welnu dan, wanneer de leden der Loge Humaniteit hun kleuren getrouw blijven en kracht mogen bezitten om zich los te wikkelen van de windsels, die ons zo dikwijls omkneld houden, dan zal deze werkplaats een parel kunnen zijn aan de Kroon der Vrijmetselarij in Nederland."

[Loge Humaniteit] [Vrijmetselarij] [Onze Loge] [Geschiedenis] [Lid worden] [Arbeidstafel] [Links] [Contact] [Literatuur]