|
1913 - 2004 91 JAAR LOGE ''HUMANITEIT" IN MEPPEL Inhoud 1. Historie Reeds menigeen is om 't geluk te zoeken Het waren deze woorden van de dichter Vondel, die de Redenaar gebruikte in zijn bouwstuk ter gelegenheid van die gedenkwaardige dag in 1913, waarop de Loge "Humaniteit" officieel werd geïnstalleerd. Als Loge met Beperkte Werking in Meppel. Dat is 98 jaar geleden; rustige, maar soms ook uiterst rumoerige jaren. Twee wereldoorlogen 1914 -1918 en 1940-1945 hebben ten zeerste hun stempel op de geschiedenis van "Humaniteit" gedrukt. Veel is verloren gegaan, andere zaken zijn toch nog gereconstrueerd kunnen worden. De verbindingen in 1913 waren nog vrij moeilijk. Auto's waren er nog niet of nauwelijks. Autobussen zijn pas laat op bepaalde trajecten rond Meppel tot het verkeer doorgedrongen. Rijtuigen met paardentractie reden af en aan bij hotel Voorthuis aan de Grote Markt voor het vervoer van en naar omliggende plaatsen. Treinverkeer was mogelijk sedert oktober 1867 met Zwolle en vanaf 1870 met Leeuwarden en Groningen. Maar ook in 1913 was de treinfrequentie nog niet hoog. De winter dienstregeling van de NS (oktober 1913) geeft aan, dat er tussen Meppel en Zwolle 9 treinen per dag reden, waarbij de laatste trein om 21.00 uur uit Zwolle vertrok. Onderweg werden dan ook nog Berkum, Dedemsvaart en Staphorst aangedaan. Toch was men op dit openbaar vervoer aangewezen, teneinde actief te kunnen zijn in Logeverband. Immers - in tegenstelling tot nu, in 1988 - had de Loge "Humaniteit" niet de beschikking over lokaliteiten, waarin de werkzaamheden binnen de Loge volledig konden worden beoefend. Voor rituele werkzaamheden was men aangewezen op Zwolle. Vóór 1913 was er zelfs nog geen Loge in Meppel. Diegene in en rond Meppel, die lid was van de Orde, was dus lid van "Fides Mutua" in Zwolle. In 1894 en wel op 24 december van dat jaar werd het voor B. Huizing en J.C.F. Kroon, eertijds voorzittend meester van de Loge "West-Friesland" in Hoorn, te bezwaarlijk voor alle maçonnieke bijeenkomsten naar Zwolle te moeten reizen en daar te overnachten. Zij deden een verzoek aan het Hoofdbestuur om toestemming voor het oprichten van een maçonnieke kring te Meppel. Een maçonnieke kring, ten doel hebbend een band te vormen tussen de in Meppel in de verstrooiing levende broeders. Aanvankelijk beantwoordde deze kring wel aan het doel. Er werd regelmatig maandelijks vergaderd, beurtelings leverde een der leden een bouwstuk op en de bijeenkomsten kenmerkten zich door een opgewekte maçonnieke geest. |
|||||||||
![]() |
|||||||||
|
Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. |
|||||||||
|
Waarom in Meppel? Gelukkig is het zover niet gekomen. De weinige, overgebleven broeders sloten de gelederen en wachtten betere tijden af. Het ledental steeg weer en kwam op 12. En met deze opleving werd ook langzaam het besef levendig, dat. de club op den duur de behoefte van de broeders niet meer kon bevredigen. Temeer niet, omdat weinig Logebezoek plaats vond. Het bezoek immers aan Zwolle ging . steeds gepaard met veel tijdverlies, nachtlogies en reiskosten, wat voor de meeste broeders bezwaarlijk was. Op en door het Grootoosten van 15 juni 1913 werd het verzoek zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming ingewilligd. De beide oprichters van de maçonnieke club hebben de consecratie van een eigen Loge niet mee mogen maken. Beiden zijn vóór 1913 overleden. 2. Maçonnieke kring Een grote verscheidenheid aan onderwerpen kwam in behandeling tijdens de vrij geregelde vergaderingen. Steeds door eigen krachten, want zelden was men in de gelegenheid een spreker van elders te laten komen. Zo worden ondermeer gemeld onderwerpen als: 3. Consecratie |
|||||||||
![]() |
|||||||||
|
De grote zaal van de heer Ogterop was in een Tempel herschapen; met planten waren de gedeelten, waarboven zich de balkons bevinden, geheel gemaskeerd en door het aanbrengen van prachtige palmen hier en daar en bovenal achter het podium, dat als troon dienst deed, verkreeg het geheel een feestelijk aanzien. In totaal 76 broeders hadden de presentielijst getekend. Van het Hoofdbestuur waren de Grootmeester Van Gijn en de Grootofficieren Helder en Nanninga Uitterdijk aanwezig. Voorts vertegenwoordigers van de Loges "De Friesche Trouw" uit Leeuwarden, "Anna Paulowna" uit Zaandam, "Jacob van Camp en" uit Amersfoort, "Ultrajectina" uit Utrecht, "Fides Mutua" uit Zwolle, "1 'Union Provinciale" uit Groningen, "Fraternité" uit Almelo, "Moed en Volharding" uit Assen, "Concordia RP.C." uit Sneek, "De Geldersche Broederschap" uit Arnhem, "Acacia" uit Rotterdam, "la Flamboyante" uit Dordrecht en de "Zeven Verenigde Amsterdamse Loges". Voor ons is het bijzonder fijn, dat de maçonnieke pers het hele gebeuren in een volledig verslag heeft vastgelegd in de uitgave van l'Union Fraternelle, 23e jaargang d.d. 25 oktober 1913. Zo kunnen we reconstrueren wat er toen, op die middag en avond is gebeurd en gezegd. Het bouwstuk van Hendrikse, de redenaar van de Loge is o.a. volledig weergegeven. Verder werd het geheel omlijst door zang van een dubbelkwartet uit Zwolle, onder de leiding van Bokelmann. Tweemaal werd een drietal passende liederen ten gehore gebracht. Dat dit de plechtigheid van deze dag zeer veel verhoogde, laat zich denken. De bijzondere band met "Fides Mutua" kwam wellicht het beste tot uitdrukking in de benoeming tot Meester van Eer van Koch, de toenmalige voorzittend meester van "Fides Mutua", die op zijn beurt zeer verrast was door dit buitengewone bewijs van dank en sympathie, vooral om de banden tussen de beide werkplaatsen onverbrekelijk te maken. Die band met "Fides Mutua" komt ook naar voren uit het zegel en vignet van de Loge "Humaniteit". Dit is heel duidelijk ontleend aan het zegel van "Fides Mutua", Zo gingen zes jaren voorbij. Na het Grootoosten 1919 ging "Humaniteit" verder op de ingeslagen weg als Loge met volledig werking met de bevoegdheid tot het houden van recepties |
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4. Verloop tot 1940 Zo had "Humaniteit" in 1920 een ledenlijst met 27 namen. Dat getuigt van een bloeiend Logeleven. In die jaren werden resp. Tulp in 1920 en een jaar later in 1921 De Sitter benoemd tot Meester van Eer. Nu nog begrijpelijk, omdat bijvoorbeeld een deel van de huidige bibliotheek bestaat uit boeken, die gezien het vignet van Tulp afkomstig zijn, terwijl in Den Haag de naam van De Sitter nog steeds met een zeker ontzag wordt uitgesproken |
![]() |
|
Niet alleen voor "Humaniteit",maar veel meer voor de hele Orde, is De Sitter van groot belang geweest. |
|
|
|
5. Oorlogsjaren Toen kwam de oorlog. De Duitse bezetter was -zacht uitgedrukt - niet erg gesteld op de Orde. Op 6 september 1940 kwam van de Grootmeester van Tongeren het droeve bericht, dat de Duitse overheid was overgegaan tot ontbinding van alle maç. organisaties en instellingen in bezet Nederland. Geluk moet zijn een vreugde van de geest Op transport gesteld naar een concentratiekamp in Duitsland overleed hij daar eind maart 1941. · IN MEMORIAM Wij willen nooit vergeten Wij willen altijd werken Uit "Wij herdenken" Op 26 oktober 1940 werd door de "liquidateur van de vermogens der ontbonden Vrijmetselaarsloges en neven- en onderorganisaties in de provincie Drenthe", mr. H.J. Meyeringh te Assen, een brief gezonden aan de afdeling Spaarbank van de Rotterdamse Bankvereniging te Meppel met het verzoek het saldo van f 543,81 op het boekje t.n.v. de Johannesloge "Humaniteit" over te boeken op rekening van genoemde Meyeringh. |
|
In 1945 waren er nog negen leden. Voor de eerste maal werd op 8 juni 1946 werd gearbeid met zeven leden. In de nu volgende periode werd gewerkt op 22 verschillende plaatsen in Meppel, o.a. in 12 cafézalen, bij de bevriende Odd Fellows in hun ruimte naast de R.H.B.S en vooral bij Wolff en Tulp thuis. Het ledenaantal werd geleidelijk iets opgevoerd tot er in 1949 zelfs al 14 leden waren. Het licht was nog erg zwak. |
|
|
|
In 1950 sloot de Loge zich aan bij de Logebond "Fraternitas" in Deventer, in plaats van bij de bond in Groningen. Een scheiding tussen de kas van de thessaurier en het zgn. liefdefonds werd in september 1951 gemaakt. |
|
In 1953 bestond "Humaniteit" 40 jaar. Gezien de omstandigheden heeft niemand daaraan gedacht, dan wel is het niet noodzakelijk gevonden er enige aandacht aan te besteden. Hoe dan ook, uit niets blijkt in notulen of geschriften dat er van enige herdenking van dit feit sprake is geweest. Dat was heel anders 10 jaar later. Met een open loge in Zwolle en daarna een banket, waarbij ook de dames aanwezig waren, werd in 1963 het 50-jarig jubileum herdacht. Op zaterdag 14 september 1963 werd om 3 uur in het Zwolse logegebouw Fides Mutua" dit voor onze Loge belangrijke feit herdacht. Voor de dames was een boottocht georganiseerd. Met het jacht "Nooitgedacht" werd koers gezet naar de Stadsherberg in Kampen, waar het feest gezamenlijk werd voortgezet en waar een groot aantal geschenken aan ons werd overhandigd. Het 60-jarig bestaan werd in eigen kring gevierd. Met een uitgebreid banket, samen met de dames. In het motel "Waanders" in Staphorst was in de kelder een bijzonder gezellig samenzijn. Bij de gelegenheid van het 60-jarig jubileum bood Groenendaal het ontwerp aan van de draagmedaille, zoals deze nu nog wordt gebruikt bij het bezoeken van andere Loges. |
|
|
||||||||||||||||||||
|
Betekenis: "Broederketen, die de aardbol moet omspannen. De onvolmaakte aardbol zal worden overstraald door het licht tussen Passer en Winkelhaak en worden beschermd door de getande rand. Devies: "In Limina Tuo" (In of door Uwe Lichten, of meer maçonniek: Door Uw Lichten overstraald)" Aan eigen werkruimtes was en bleef gebrek. En daarom moest voor Open Loges regelmatig een beroep worden gedaan op omliggende bevriende Loges. Zo werd min of meer regelmatig gebruik gemaakt van de gebouwen van de Loges in Zwolle, Kampen, Heerenveen en Emmen. Gezamenlijke avonden met de dames werden gehouden in de Logegebouwen in Zwolle, Kampen en Heerenveen, dan wel in restaurantzalen in Meppel, Staphorst,de Wijk, Havelte en Frederiksoord. Aankoop, dan wel huur van een eigen gebouw, of van eigen ruimtes bleef de steeds terugkerende aandacht vragen. Besprekingen met de Odd Fellows, met kerkelijke instanties, aanbiedingen van om te bouwen woningen, ed. bereikten toch niet het gewenste resultaat. Totdat de gemeente Meppel het oude "Ogterop" ging vernieuwen en er een uiterst moderne en tegelijk toch romantische schouwburg van maakte. Overleg met de directeur had al spoedig tot resultaat, dat vanaf 1976 "Humaniteit" over "eigen" ruimtes beschikte, compleet met berging. Van toen af konden alle werkzaamheden onder eigen dak plaats vinden, terwijl er voor het ontvangen van bezoekers volop mogelijkheden aanwezig waren. |
|
Op 1 mei 1976 had de officiële ingebruiknemingplaats in aanwezigheid en onder leiding van de Grootmeester en 5 andere hoofdbestuursleden en voorts 30 bezoekenden en 17 eigen leden. Een uiterst geslaagde dag, vastgelegd in een magnifiek fotoalbum van Hoeben en een compleet verslagin het AM.T. Nr. 18van 1juni 1976. |
![]() |
|
|
|
|
Met de andere "dochters" van Fides Mutua, in volgorde van leeftijd "In Vrijheid Gebonden" uit Zwolle en de "Arbeidsvloer" uit Zwolle, was en is de verstandhouding uitstekend. In 1979 heeft "Humaniteit" de morele verplichting op zich genomen Terre des Hommes te steunen door middel van een maandelijkse bijdrage, aangevangen ter gelegenheid van het "Jaar van het kind". |
|
Reik ons, Broeder, uwe Hand, Het slot van het bouwstuk van de Redenaar tijdens de inwijding in1913 zou ook in 1988 gehouden kunnen worden: "De naam van onze Loge houdt reeds een belofte in, want "Humaniteit" is naastenliefde. En wijst het groen onzer kleuren niet op het aanbreken van een nieuw en fris leven? Op het begin van een nieuw tijdperk? Is zij niet de kleur der hope? En zegt het zilver ons niet, dat onze daden moeten zijn rein en vlekkeloos? Gelijk dit edel metaal? |
|
[Loge Humaniteit] [Vrijmetselarij] [Onze Loge] [Geschiedenis] [Lid worden] [Arbeidstafel] [Links] [Contact] [Literatuur] |